Je kunt de waarden die voor elk uitgaventype worden weergegeven, bekijken en beheren via het tabblad "Velden" van het betreffende uitgaventype.
Je kunt waarden die van toepassing zijn op een specifiek veld in het uitgaventype weergeven of verbergen. Als je nieuwe waarden voor uitgaventypen wilt toevoegen, ga je naar de gegevensbank Velden.
Waarden van uitgaventypen verbergen
Zo verberg je waarden voor bepaalde uitgaventypen:
Ga in het Payhawk-webportaal naar instellingen > uitgaventypen.
Klik op het gewenste uitgaventype, bijvoorbeeld Rekening.
Klik op het gewenste veld, bijvoorbeeld Categorie.
Vink op het tabblad Waarden de selectievakjes aan naast de waarden die je wilt verbergen, bijvoorbeeld Vluchten en Marketing.
Klik in het venster dat verschijnt onder Zichtbaarheid op Waarden verbergen.

Verbergen waarden van uitgaventypen verbergen ongedaan maken
Zo maak je het verbergen van je waarden voor bepaalde uitgaventypen ongedaan:
Ga in het Payhawk-webportaal naar instellingen > uitgaventypen.
Klik op het gewenste uitgaventype, bijvoorbeeld Rekening.
Klik op het gewenste veld, bijvoorbeeld Categorie.
Klik op het tabblad Waarden op + Filter toevoegen.
Selecteer in het venster dat verschijnt de optie Verborgen om alleen de verborgen waarden weer te geven.
Vink vervolgens de selectievakjes aan naast de waarden die je wilt weergeven, bijvoorbeeld Overige.
Klik in het venster dat verschijnt onder Zichtbaarheid op Dit type weergeven.

Managers voor waarden voor uitgaventypen configureren
Zo configureer je managers voor waarden voor uitgaventypen:
Ga in het Payhawk-webportaal naar instellingen > uitgaventypen.
Klik op het gewenste uitgaventype, bijvoorbeeld Rekening.
Klik op het gewenste veld, bijvoorbeeld Categorie.
Vink op het tabblad Waarden de selectievakjes aan naast de waarden waarvoor je managers wilt configureren, bijvoorbeeld Vluchten en Maaltijden.
Klik in het venster dat verschijnt onder Goekeuring en controle op Manager instellen.
(Optioneel) Wil je meerdere managers voor waarden voor uitgaventypen configureren, selecteer dan:
Alle vervangen om eerder opgegeven managers te overschrijven.
Kies Toevoegen om specifieke managers toe te voegen.
Kies Verwijderen om specifieke managers te verwijderen.
Selecteer in het uitklapmenu de namen van de betreffende managers.
Klik op bevestigen.
